ECLI:NL:RVS:2021:2052
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over termijn nieuw besluit verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag oordeelde dat dit besluit onterecht was en bepaalde dat binnen zes weken een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een te korte beslistermijn van zes weken had opgelegd zonder deze te motiveren. Daarbij speelde mee dat de zaak betrekking had op de situatie van statushouders in Griekenland en de risico's bij terugkeer, waarover kort voor de uitspraak van de rechtbank relevante uitspraken waren gedaan.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van het vonnis dat de termijn bepaalde en stelde een nieuwe uiterste beslistermijn vast op 6 december 2021. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de termijn voor het nemen van een nieuw besluit is verlengd tot uiterlijk 6 december 2021.