ECLI:NL:RVS:2021:2054
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking Nederlanderschap wegens staatloosheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 10 september 2020 het Nederlanderschap van verzoeker ingetrokken. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard. Verzoeker stelde vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verzoeker stelde dat de intrekking van het Nederlanderschap ertoe leidt dat hij staatloos is, geen arbeid mag verrichten, zijn huisvesting verliest en geen toegang meer heeft tot onderwijs en gezondheidszorg. Ook moet hij zijn paspoort en identiteitskaart inleveren. Hij voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende belang heeft bij directe intrekking, mede vanwege de traagheid van de besluitvorming.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker een spoedeisend belang heeft omdat hij door de intrekking staatloos is geworden, aangezien hij na verkrijging van het Nederlanderschap automatisch zijn Nepalese nationaliteit verloor. Gezien de belangen van verzoeker en het ontbreken van tegenstrijdige belangen van de staatssecretaris werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. De intrekking van het Nederlanderschap wordt geschorst totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist.