ECLI:NL:RVS:2021:2097
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 25 maart 2021 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling behandelde de zaak op 1 september 2021 en oordeelde dat de door de vreemdeling aangevoerde grief over het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Algerije gegrond was, conform een gelijktijdige uitspraak (ECLI:NL:RVS:2021:2092). Hierdoor werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. Wel werd de vreemdeling een schadevergoeding van €9.200 toegekend over de periode van 25 maart 2021 tot en met 24 juni 2021. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €3.366, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.