ECLI:NL:RVS:2021:2098
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 april 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 6 juli 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de vreemdeling recht heeft op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening, een bedrag van € 748,00, toe te rekenen aan de rechtsbijstand verleend door een derde.
De uitspraak is gedaan op 20 september 2021 door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet, in aanwezigheid van griffier N. Tibold.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.