ECLI:NL:RVS:2021:215
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging lagere subsidievaststelling en terugvordering wegens dubbeltelling uren en niet-subsidiabele kosten
De zaak betreft het hoger beroep van [appellante] tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland om de subsidie voor de projecten Multitooltrac en MTT te verlagen en teveel betaalde bedragen terug te vorderen. Het college stelde vast dat [appellante] uren dubbel had gedeclareerd en niet-subsidiabele kosten had opgevoerd. De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was de subsidies te wijzigen en de terugvordering te doen, en wees het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde [appellante] onder meer dat de urenadministratie correct was en door de managementautoriteit was goedgekeurd, en dat de correctie disproportioneel was. De Raad van State bevestigde dat de administratie niet voldeed aan de eisen omdat dubbeltellingen de controle onmogelijk maakten. Verder mocht het college vertrouwen op de verstrekte informatie over reis- en verblijfskosten en was een belangenafweging niet mogelijk vanwege het Europeesrechtelijke kader.
De Raad van State concludeerde dat het college terecht de subsidies heeft verlaagd en terugvordering heeft ingesteld, en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Gelderland bevestigd moet worden. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de lagere subsidievaststelling en terugvordering worden bevestigd.