ECLI:NL:RVS:2021:2150
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 8 april 2021 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep tegen deze afwijzing op 24 juni 2021 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 24 september 2021 geoordeeld dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 748,00, moet vergoeden, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van de vreemdeling in afwachting van de uitspraak in hoger beroep worden beschermd. De uitspraak is gedaan in het openbaar door voorzieningenrechter C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier D.I. van Kesteren.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.