ECLI:NL:RVS:2021:2165
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag voorschotten herziening op nihil wegens ontbreken bewijs huurbetaling
Appellante heeft huurtoeslag aangevraagd voor 2018 en 2019 en voorschotten ontvangen. De Belastingdienst heeft de voorschotten herzien op nihil vanwege het ontbreken van bewijs dat de huur daadwerkelijk is betaald. Appellante stelde dat huur werd verrekend met partneralimentatie, maar kon dit niet met stukken onderbouwen.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van appellante over de bezwaarprocedure, maar verklaarde het beroep tegen de herziening van de voorschotten ongegrond. De Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond, omdat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd van daadwerkelijke huurbetaling.
De Afdeling bestuursrechtspraak benadrukt het belang van controle op juiste besteding van overheidsgelden en dat huurkosten daadwerkelijk moeten worden gedragen. De civielrechtelijke procedure over huurbetaling kan gevolgen hebben voor toekomstige herzieningen, maar vormt geen grond voor het toekennen van huurtoeslag over de bestreden periode.
De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 29 september 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de huurtoeslagvoorschotten op nihil wordt ongegrond verklaard.