ECLI:NL:RVS:2021:2186
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang en verstrekkingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 september 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 748,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand die door een derde beroepsmatig is verleend.
De uitspraak is gedaan op 30 september 2021 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier N. Tibold. De voorlopige voorziening biedt de vreemdeling bescherming tegen uitzetting gedurende de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.