ECLI:NL:RVS:2021:221
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod wegens ernstig gevaar voor partner en kinderen in Rotterdam
Op 6 maart 2020 legde de burgemeester van Rotterdam aan appellant een huisverbod op vanwege een incident op 5 maart 2020 waarbij geweld werd gebruikt in aanwezigheid van kleine kinderen. Het huisverbod verbiedt appellant de woning te betreden en contact op te nemen met de bewoners, om een veilige situatie te creëren voor hulpverlening.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het huisverbod ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat er geen ernstig gevaar was, dat eerdere incidenten onterecht werden betrokken en dat het contactverbod in strijd was met zijn familie- en gezinsleven. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd, mede gelet op het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld en justitiële gegevens.
De Afdeling overwoog dat het huisverbod een ingrijpend middel is dat alleen bij ernstig en onmiddellijk gevaar mag worden opgelegd. De hulpverlening was nog in een beginfase, waardoor opheffing van het huisverbod niet aan de orde was. Ook werd geoordeeld dat het huisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro of het IVRK. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het huisverbod tegen appellant wordt bevestigd wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor partner en kinderen.