ECLI:NL:RVS:2019:2520
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod op grond van Wet tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld
De burgemeester heeft op 26 december 2017 een huisverbod opgelegd aan appellant vanwege een incident met huiselijk geweld in de gezamenlijke woning, waarbij appellant zijn minderjarige dochter zou hebben geslagen en bedreigd met een stoel. Het huisverbod werd verlengd tot 23 januari 2018 wegens aanhoudende dreiging en het ontbreken van betrouwbare veiligheidsafspraken.
Appellant voerde aan dat de verklaringen tegenstrijdig waren, dat hij de-escalerend had gehandeld en dat het huisverbod disproportioneel was, mede omdat hij in een nieuwe woning kon verblijven. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester terecht het huisverbod oplegde en verlengde, gelet op het ernstige en onmiddellijke gevaar voor de veiligheid van echtgenote en dochter, en het belang van het voorkomen van escalatie.
De Afdeling stelde vast dat het huisverbod een proportionele en noodzakelijke maatregel was ter bescherming van de betrokkenen, en dat het verzoek tot schadevergoeding niet kon worden toegewezen omdat geen omstandigheden voor vergoeding aanwezig waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het huisverbod is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.