ECLI:NL:RVS:2021:2211
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 juni 2021 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen, evenals een aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning en uitstel van vertrek. De vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.
De rechtbank Den Haag heeft op 26 augustus 2021 het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en bepaald dat binnen zes weken een nieuw besluit moet worden genomen. De staatssecretaris is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan en heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 6 oktober 2021 besloten dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. Dit omdat het voorlopig oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank waarschijnlijk niet in stand blijft en rekening is gehouden met de belangen van beide partijen.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier H. Vonk.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.