ECLI:NL:RVS:2021:2234
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Inzageverzoek persoonsgegevens afgewezen wegens bescherming lopende onderzoeken
Appellant verzocht de korpschef van politie om inzage in zijn persoonsgegevens die verwerkt worden door onder meer het Team Criminele Inlichtingen (TCI) en in dossiers van lopende en afgesloten onderzoeken. De korpschef weigerde inzage bij besluit van 8 februari 2019, waarop appellant beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam. Deze verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de korpschef ten onrechte inzage in de antecedenten heeft geweigerd en vernietigt het besluit voor zover deze gegevens betroffen.
De Afdeling bevestigt dat voor overige persoonsgegevens, met name die welke de belangen van derden en lopende onderzoeken kunnen schaden, de weigering tot inzage noodzakelijk en evenredig is. De korpschef hoefde niet per politiegegeven een afzonderlijke motivering te geven vanwege de gelijksoortigheid van de gegevens. De Afdeling wijst op het restrictieve karakter van de weigeringsgronden en het belang van het recht op kennisneming, maar acht de bescherming van de politietaak en derden zwaarder in dit geval.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de korpschef voor zover inzage in antecedenten werd geweigerd, wijst het verzoek tot inzage daarin toe en veroordeelt de korpschef tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De overige weigeringen blijven in stand. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het verzoek tot inzage in antecedenten wordt toegewezen en het besluit van de korpschef wordt vernietigd voor zover inzage werd geweigerd.