ECLI:NL:RVS:2021:2235
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- G.M.H. Hoogvliet
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit korpschef inzake inzage politiegegevens na nieuwe verwerking
Appellant verzocht de korpschef van politie om inzage in zijn persoonsgegevens die worden verwerkt door onder meer het Team Criminele Inlichtingen (TCI). Na een eerste verzoek in juli 2018 werd inzage geweigerd bij besluit van 8 februari 2019. Een nieuw verzoek van 6 mei 2019 werd door de korpschef afgewezen als herhaalde aanvraag op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren vermeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde in hoger beroep vast dat het verzoek van 6 mei 2019 deels betrekking had op persoonsgegevens die na 8 februari 2019 waren verwerkt. Dit deel kon niet als herhaalde aanvraag worden aangemerkt, waardoor de korpschef ten onrechte artikel 4:6 Awb Pro toepaste.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 2 juli 2019 voor zover het betrekking had op inzage in na 8 februari 2019 verwerkte gegevens. De korpschef werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met de bepaling dat tegen dat besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tevens werd de korpschef veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de korpschef politie wordt gedeeltelijk vernietigd en de korpschef wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen over inzage in na 8 februari 2019 verwerkte persoonsgegevens.