ECLI:NL:RVS:2020:2803
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.Th. Drop
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak inzake afwijzing vuurwerkverkoopvergunning en hoorplicht
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag wees een aanvraag van appellant om een vuurwerkverkoopvergunning af. Na een eerdere afwijzing in december 2017 volgde een nieuwe aanvraag in maart 2018 die eveneens werd afgewezen. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat hij niet in bezwaar was gehoord, waardoor zijn belangen waren geschaad.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk, vernietigde het besluit op bezwaar maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand, stellende dat sprake was van een herhaalde aanvraag en dat appellant niet was geschaad door het niet horen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat de aanvragen niet gelijk zijn en dat artikel 4:6 Awb Pro niet van toepassing is op deze tweede aanvraag. Bovendien is het niet horen in bezwaar onder omstandigheden wel te passeren, maar appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij daardoor is geschaad. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand werden gelaten en bepaalt dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de motiveringsgebreken.
Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het terugbetalen van het teveel geheven griffierecht. Tegen het nieuwe besluit kan slechts beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven; het college moet een nieuw besluit nemen.