ECLI:NL:RVS:2021:2244
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- F.C.M.A. Michiels
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing wapenverlof wegens geringe twijfel aan toevertrouwen bezit wapens
Appellant heeft een aanvraag voor een wapenverlof ingediend die door de korpschef van politie is afgewezen wegens vrees dat het bezit van wapens en munitie niet aan appellant kan worden toevertrouwd. Deze vrees was gebaseerd op politiegegevens en informatie uit het Justitieel Documentatieregister, waaronder aangiftes van smaad, laster en belaging door twee vrouwen.
Appellant stelde dat er onvoldoende aanknopingspunten waren voor geringe twijfel en dat de processen-verbaal niet tot vervolging of veroordeling hadden geleid. Ook betwistte hij de juistheid van de verklaringen en het proces-verbaal van bevindingen van de wijkagent. De rechtbank oordeelde echter dat de minister op basis van de beschikbare gegevens terecht geringe twijfel mocht hebben.
De Raad van State overwoog dat geringe twijfel aan verantwoord wapenbezit al voldoende is voor weigering, mits onderbouwd en objectief toetsbaar. Het bestuursorgaan mag afgaan op op ambtseed opgemaakte processen-verbaal, tenzij er gegronde twijfel bestaat. De verklaringen van vrienden en werkgever waren onvoldoende om het proces-verbaal te betwisten. Het gedrag en karakter van appellant, zoals beschreven in de aangiftes en het proces-verbaal, rechtvaardigen de twijfel.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Appellant kan in de toekomst een nieuwe aanvraag indienen, maar de korpschef zal deze opnieuw gemotiveerd moeten beoordelen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het wapenverlof wegens geringe twijfel aan het verantwoord kunnen toevertrouwen van wapens aan appellant.