ECLI:NL:RVS:2021:2260
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 mei 2020 werd afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 september 2021 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te verkrijgen zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van de aangevoerde omstandigheden een voorlopige voorziening passend was.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet uitgezet mag worden totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan op 12 oktober 2021 door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.