ECLI:NL:RVS:2021:2274
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of gespreksverslag brief een besluit is in bestuursrechtelijke zin
De zaak betreft een geschil tussen appellant en het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn over een gespreksverslag dat het college op 7 augustus 2019 aan appellant heeft gestuurd. Dit verslag betreft een gesprek van 23 juli 2019 tussen appellant en een wethouder over een conflict rondom de aankoop van een perceel grond.
Appellant stelde dat de brief een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, omdat het een voorwaardelijke subsidieverstrekking en een terugvorderingsbesluit zou bevatten. De rechtbank had echter geoordeeld dat de brief geen besluit is, en dit oordeel is in hoger beroep bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de brief een vrijblijvende bijdrage uit coulance betreft en geen publiekrechtelijke rechtshandeling bevat. De brief is niet aan te merken als subsidieverstrekking of terugvorderingsbesluit. Het feit dat appellant om de brief heeft gevraagd en dat deze door de wethouder is bevestigd en door het college is ondertekend, verandert hier niets aan.
Omdat de brief geen besluit is, zijn bezwaar en beroep niet mogelijk. De Afdeling komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren van appellant of de stelling dat het college algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft geschonden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de brief geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.