ECLI:NL:RVS:2021:229
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 6 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van drie vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 25 januari 2021 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat de vreemdelingen niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen. De staatssecretaris is daarnaast veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten die de vreemdelingen hebben gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
De uitspraak is gedaan op 3 februari 2021 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mr. A.W.M. Bijloos. De griffier was mr. S.P.M. Zwinkels. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.