ECLI:NL:RVS:2021:2311
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico terugkeer
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde bij besluit van 9 november 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de beoordeling of de vreemdeling bij terugkeer naar Griekenland een reëel risico loopt op een situatie die strijdig is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het EU-Handvest. De Afdeling verwijst naar eerdere uitspraken van 28 juli 2021 waarin is bepaald dat de staatssecretaris beter moet motiveren waarom het risico niet aanwezig zou zijn.
De Afdeling oordeelde dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was en verklaarde het hoger beroep gegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, evenals het besluit van 9 november 2020. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.