ECLI:NL:RVS:2021:2350
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.Th. Drop
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Veldweg herstel en dwangsom na omploegen landbouwperceel in Maastricht
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een last onder dwangsom die het college van burgemeester en wethouders van Maastricht heeft opgelegd aan appellant vanwege het omploegen van een strook van een veldweg die toegang biedt tot een landbouwperceel. De appellant betwistte de omvang van het te herstellen oppervlak en de bevoegdheid van het college om de last op te leggen.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant grotendeels ongegrond, maar vernietigde het besluit over het bezwaar tegen het invorderingsbesluit. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling stelde vast dat het college terecht de overtreding vaststelde, maar dat het te herstellen oppervlak te ruim was bepaald. Op basis van een deskundigenbericht werd het hersteloppervlak vastgesteld op circa 40 m² in plaats van 72 m².
De Afdeling oordeelde dat het college niet in strijd met het verbod van willekeur had gehandeld en dat het niet onredelijk was om een cunet en menggranulaat te eisen voor het herstel. De Afdeling vernietigde het besluit van 28 juni 2018 voor zover het de last op een te groot oppervlak betrof en stelde het hersteloppervlak vast op het kleinere oppervlak. Tevens werd het invorderingsbedrag verlaagd van € 3.000 naar € 1.500. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De last onder dwangsom wordt beperkt tot herstel van circa 40 m² veldweg, het invorderingsbedrag wordt verlaagd naar € 1.500 en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.