ECLI:NL:RVS:2021:2355
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 18 november 2019 de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken, hem bevolen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling op 8 juli 2021 gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De staatssecretaris handhaafde het besluit bij een nieuw besluit van 24 augustus 2021, tegen welk besluit de vreemdeling opnieuw beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening verzocht om niet uitgezet te worden zolang het hoger beroep en het beroep tegen het nieuwe besluit lopen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat niet aannemelijk is dat het hoger beroep van de staatssecretaris in stand zal blijven en dat de belangen van beide partijen zijn afgewogen. Gezien deze omstandigheden werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt afgewezen.