ECLI:NL:RVS:2021:2376
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor klachtenprocedure tegen advocaten
Op 7 februari 2019 wees het bestuur van de raad voor rechtsbijstand twee aparte aanvragen van appellante om toevoeging voor rechtsbijstand af, gericht op klachtenprocedures tegen twee advocaten die volgens haar en haar ex-echtgenoot inadequate bijstand hadden verleend. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit en verklaarde de bezwaren van appellante ongegrond, stellende dat de toevoegingen aan haar ex-echtgenoot hetzelfde rechtsbelang betroffen.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar aanvragen ten onrechte waren afgewezen en dat haar klachtenprocedure een zelfstandig rechtsbelang vormde, mede vanwege de ernst van de beschuldigingen en de gevolgen voor haar. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat volgens de wet en het beleid slechts één toevoeging nodig is voor hetzelfde rechtsbelang, tenzij sprake is van behandeling in meerdere instanties.
De Afdeling concludeerde dat de klachtenprocedures van appellante en haar ex-echtgenoot hetzelfde rechtsbelang betreffen, aangezien zij dezelfde feiten en het beoogde eindresultaat delen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoegingsaanvragen bevestigd.