ECLI:NL:RVS:2021:2416
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang bij afgewezen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 augustus 2021 de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen, mede voor hun minderjarige kinderen, stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 oktober 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat gelet op de aangevoerde omstandigheden en eerdere jurisprudentie een voorlopige voorziening passend is.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van € 748,00 voor beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 1 november 2021.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en krijgen opvang en proceskostenvergoeding.