ECLI:NL:RVS:2021:2417
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Handhaving voorlopige voorziening verlenging begunstigingstermijn lasten onder dwangsom
Verzoeker exploiteert een agrarisch bedrijf te Vessem en kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Eersel verschillende lasten onder dwangsom opgelegd wegens vermeende overtredingen van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De voorzieningenrechter van de rechtbank verlengde eerder de begunstigingstermijn voor deze lasten, waarna verzoeker bij de Raad van State een voorlopige voorziening vroeg om deze verlenging met terugwerkende kracht te handhaven.
De Afdeling bestuursrechtspraak voerde een belangenafweging uit zonder inhoudelijk op de beroepsgronden in te gaan, aangezien de voorlopige voorziening een tijdelijk karakter heeft. Verzoeker wilde voorkomen dat dwangsommen zouden worden verbeurd zolang de bodemprocedure loopt, terwijl het college het belang had om milieuschade te voorkomen door snelle beëindiging van de overtredingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker bij een beperkte voortzetting van de begunstigingstermijn zwaarder weegt dan het belang van het college, mede omdat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zonder verkorting milieuschade zou optreden. De afvalpartij was inmiddels verplaatst, voerresten grotendeels afgevoerd en er waren onvoldoende aanwijzingen voor dreigende milieuschade door de overige lasten.
Daarom werd de voorlopige voorziening van 2 september 2021 gehandhaafd, met verlenging van de begunstigingstermijn totdat de bodemprocedure is afgerond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoeker.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt gehandhaafd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.