Uitspraak
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: [belanghebbende] te [plaats], derde-belanghebbende.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekster exploiteert een pluimveeslachterij waar geluidsoverlast is geconstateerd na ingebruikname van een nieuwe voorkoeling. Verweerder legde een last onder dwangsom op wegens overschrijding van geluidsnormen uit de omgevingsvergunning. Verzoekster vroeg om verlenging van de begunstigingstermijn om de benodigde geluidsreducerende maatregelen te realiseren, maar dit werd door verweerder afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van verzoekster aanwezig is, mede omdat zij dwangsommen wil voorkomen en verweerder erkent dat een nieuwe last onder dwangsom op korte termijn kan volgen. De afwijzing van het verlengingsverzoek is ondeugdelijk gemotiveerd, omdat tijdelijke maatregelen al tot geluidsreductie hebben geleid en de planning van de leverancier Merford vertraging kent.
Na belangenafweging weegt het belang van verzoekster om dwangsommen te voorkomen en de tijdelijke geluidsreductie zwaarder dan het handhavingsbelang van verweerder. Daarom wordt de begunstigingstermijn met terugwerkende kracht verlengd tot uiterlijk 6 december 2024. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De begunstigingstermijn van de last onder dwangsom wordt met terugwerkende kracht verlengd tot uiterlijk 6 december 2024.