ECLI:NL:RVS:2021:2430
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toeslagherziening wegens ontbreken zelfstandige woonruimte
Appellant huurde vanaf januari 2017 woonruimte aan een adres te Schiedam van de verhuurder. De Belastingdienst wees het verzoek om toeslagen herziening af, omdat de verhuurder als toeslagpartner werd aangemerkt en de woonruimte niet als zelfstandige woning werd beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat appellant kamers huurde met gedeelde voorzieningen en dat de verhuurder als medebewoner moest worden aangemerkt. Appellant stelde in hoger beroep dat sprake was van een zelfstandige woning, onderbouwd met verklaringen en de huurovereenkomst.
De Raad van State overwoog dat de huurovereenkomst en eerdere verklaringen van appellant juist wezen op huur van kamers met gedeelde voorzieningen. De exclusiviteit van gebruik van keuken, toilet en sanitair ontbrak, wat vereist is voor zelfstandige woonruimte. De verklaringen van derden werden niet als voldoende bewijs erkend.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Belastingdienst hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen zelfstandige woonruimte huurde en geen recht heeft op huurtoeslag.