ECLI:NL:RVS:2013:CA0658
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.B.M. Hent
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering huurtoeslag wegens niet-zelfstandige woonruimte in 2009
De Belastingdienst/Toeslagen stelde in 2011 de huurtoeslag voor appellant over 2009 vast op een laag bedrag en vorderde teveel betaalde voorschotten terug. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gehuurde woonruimte een zelfstandige woonruimte was, zoals vereist voor huurtoeslag. De woonruimte bestond uit twee kamers met een gemeenschappelijke keuken en toilet, die appellant deelde met een eerdere medehuurder. De rechtbank oordeelde dat het medegebruik van deze voorzieningen betekende dat het geen zelfstandige woonruimte was, en dat appellant daarom geen recht had op huurtoeslag.
Appellant voerde aan dat hij een eigen toegangsdeur had en dat hij na vertrek van de medehuurder de voorzieningen alleen gebruikte, en dat hij op de website van de Belastingdienst mocht vertrouwen dat het om zelfstandige woonruimte ging. De Raad van State verwierp deze argumenten, stellende dat het exclusieve gebruik van voorzieningen vereist is en dat de huurovereenkomst en plattegrond dit niet ondersteunen.
Verder oordeelde de Raad dat de Belastingdienst bevoegd was om de huurtoeslag buiten bezwaarprocedure om op nihil te stellen en het teveel betaalde bedrag terug te vorderen, zonder dat sprake was van strijd met het verbod van reformatio in peius. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellant geen recht had op huurtoeslag en het teveel betaalde bedrag terecht is teruggevorderd.