ECLI:NL:RVS:2021:2450
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en verstrekking opvang aan vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 augustus 2019 het verzoek van de vreemdeling om uitstel van vertrek krachtens artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 18 september 2019. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 14 september 2021 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State besloot op 4 november 2021 dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand verleend door een derde.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A. Kuijer, waarbij de griffier H. Vonk aanwezig was. De voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.