ECLI:NL:RVS:2021:2451
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep
Bij besluiten van 12 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vijf vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 8 oktober 2021 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. De vreemdelingen verzochten om te voorkomen dat zij worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist, en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. Gezien de omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2019:457) is besloten een voorlopige voorziening te treffen.
De staatssecretaris is bij wijze van voorlopige voorziening verboden de vreemdelingen uit te zetten totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet, in aanwezigheid van griffier J.A. Verweij, op 4 november 2021.
Uitkomst: De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.