ECLI:NL:RVS:2021:2461
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 juli 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 oktober 2021 niet-ontvankelijk verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan op 8 november 2021 door voorzieningenrechter G.M.H. Hoogvliet, in aanwezigheid van griffier J.W. Prins. De voorlopige voorziening biedt de vreemdeling tijdelijke bescherming tegen uitzetting gedurende de procedure bij de Raad van State.
Uitkomst: De vreemdeling wordt voorlopig niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.