ECLI:NL:RVS:2021:2463
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wegens onjuiste motivering
De vreemdeling had van 2010 tot 2020 verschillende verblijfsvergunningen, waaronder een regulier verblijfsrecht voor bepaalde tijd met een beperking voor het zoeken naar en verrichten van arbeid (het zoekjaar). De staatssecretaris wees haar aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen af omdat het verblijf in het zoekjaar niet meetelde als rechtmatig verblijf, waardoor niet aan de vijfjaarseis werd voldaan. De rechtbank bevestigde dit besluit.
De vreemdeling voerde aan dat het zoekjaarverblijf wel mee moet tellen, omdat het een verlengstuk is van het studieverblijf en volgens Europese richtlijnen gedeeltelijk meetelt. Ook wees zij op de bedoeling van wetgever om duurzame vestiging te faciliteren en dat zij aansluitend een verblijfsvergunning als kennismigrant verkreeg.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank en staatssecretaris niet deugdelijk op deze argumenten zijn ingegaan. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris vernietigd. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen en de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetenen wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.