ECLI:NL:RVS:2021:2480
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt schadevergoeding na onrechtmatige vrijheidsontneming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 23 september 2021 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel op 15 oktober 2021 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep gegrond is, mede op basis van een eerdere uitspraak over de doorwerking van onrechtmatige vrijheidsontneming in de luchthavenlounge van Schiphol.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel inmiddels is opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €3.600 over de periode van 22 september tot en met 27 oktober 2021. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.496 voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €3.600 toegekend.