ECLI:NL:RVS:2021:2476
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijheidsontnemende maatregel en toekenning schadevergoeding aan vreemdeling
De vreemdeling arriveerde op 21 september 2021 op Schiphol en werd verplicht zich in de lounge te bevinden. Pas op 23 september 2021 werd zijn asielaanvraag in de grensprocedure in behandeling genomen en werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De staatssecretaris erkende dat de vreemdeling een dag te lang in de lounge verbleef zonder rechtsgeldige titel, en bood een schadevergoeding aan.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat het verblijf vanaf 22 september 2021 feitelijk vrijheidsontneming betrof zonder rechtsgeldige titel, waardoor de rechtbank niet bevoegd was hierover te oordelen. De maatregel van 23 september 2021 was het eerste rechtsgeldige besluit waartegen kon worden opgekomen.
Omdat de staatssecretaris het ontbreken van een rechtsgeldige titel erkende, had de toegang tot Nederland op 22 september 2021 verleend moeten worden. De vrijheidsontnemende maatregel kon daarom niet op 23 september 2021 worden opgelegd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, de maatregel opgeheven en een schadevergoeding van €4.900 toegekend over de periode 22 september tot 9 november 2021. Tevens werden proceskosten van €1.496 toegewezen.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €4.900 toegekend.