ECLI:NL:RVS:2021:2481
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld op onjuiste wettelijke grondslag; bewaring onrechtmatig verklaard en schadevergoeding toegekend
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 2 oktober 2021 in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat sprake was van niet-rechtmatig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank niet had beoordeeld dat de vreemdeling op 13 oktober 2021 rechtmatig verblijf had gekregen door een voorlopige voorziening, waardoor de wettelijke grondslag van de bewaring had moeten worden gewijzigd naar artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b van de Vw 2000. De staatssecretaris had dit niet tijdig gedaan, waardoor de bewaring vanaf 15 oktober 2021 onrechtmatig was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat de bewaring met ingang van 9 november 2021 werd opgeheven. Tevens kende de Afdeling een schadevergoeding toe van €2.600 over de periode van 15 oktober tot en met 9 november 2021 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €2.244.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is onrechtmatig verklaard, opgeheven en er is een schadevergoeding toegekend.