ECLI:NL:RVS:2021:2496
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding asbestverwijderingsvoorschriften bij sloopwerkzaamheden
Een bedrijf dat sloopwerkzaamheden uitvoert kreeg een bestuurlijke boete van €9.000 opgelegd wegens het starten van werkzaamheden zonder eerst het aanwezige asbest te verwijderen, wat een gevaar voor werknemers opleverde. Na bezwaar en beroep werd de boete door de rechtbank gematigd tot €7.200 vanwege termijnoverschrijding.
De Raad van State bevestigt deze uitspraak. De anonieme melding en het boeterapport van de arbeidsinspecteur toonden aan dat op de tweede verdieping asbesthoudend materiaal aanwezig was en dat sloopwerkzaamheden waren gestart voordat het asbest was gesaneerd. Het bedrijf voerde aan dat alleen voorbereidende werkzaamheden werden verricht, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Raad oordeelt dat de minister terecht mocht afgaan op het op ambtsbelofte opgestelde boeterapport en dat de overtreding van artikel 4.48a, vierde lid, van het Arbobesluit is vastgesteld. De bezwaren tegen de feitelijke grondslag van de boete slagen niet. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €7.200 wordt bevestigd.