ECLI:NL:RVS:2021:2498
Raad van State
- Hoger beroep
- J.TH. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen huisverbod burgemeester Rotterdam wegens vermoedens van huiselijk geweld
De burgemeester van Rotterdam legde op 23 oktober 2020 een huisverbod op aan appellant vanwege vermoedens van huiselijk geweld jegens zijn vrouw, die aangifte deed van mishandeling en bedreiging. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het huisverbod ongegrond, ondanks een motiveringsgebrek in het besluit, omdat appellant voldoende op de hoogte was van de aanleiding.
Appellant stelde in hoger beroep dat er geen onmiddellijk gevaar bestond en dat het motiveringsgebrek hem in zijn belangen had geschaad. De Raad van State oordeelde dat het huisverbod terecht was opgelegd gezien de verklaringen, aangifte, blauwe plek en eerdere conflicten, en dat het motiveringsgebrek niet tot nadeel van appellant had geleid.
Wel werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte had nagelaten de burgemeester te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De Raad van State vernietigde dit deel van het vonnis en veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten van zowel het beroep als het hoger beroep, vastgesteld op €2.992,-.
Uitkomst: Het huisverbod wordt bevestigd, maar de burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.