ECLI:NL:RVS:2021:2509
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek inzake verwerking persoonsgegevens NS
Appellant verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om handhavend op te treden tegen NS vanwege vermeende onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens bij het voordeelurenabonnement, de GTBV-regeling en anonieme OV-chipkaarten. De AP wees deze verzoeken af na beoordeling van de noodzakelijkheid van de gegevensverwerking voor uitvoering van de overeenkomst.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste of de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk en proportioneel is volgens de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
De Afdeling oordeelde dat de NS een vervoersovereenkomst sluit met reizigers en dat de verwerking van reisgegevens noodzakelijk is voor het vaststellen van rechten en plichten uit deze overeenkomst. Ook voor de GTBV-regeling is verwerking noodzakelijk om vertragingen te verifiëren en claims af te handelen. Alternatieven zoals papieren treinkaarten of anonieme OV-chipkaarten zijn minder effectief of onpraktisch.
Verder is de verwerking bij anonieme OV-chipkaarten niet onrechtmatig, omdat contante betaling nog mogelijk is en de AP onafhankelijk heeft gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; verwerking persoonsgegevens door NS noodzakelijk en proportioneel bevonden.