ECLI:NL:RVS:2021:2528
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 17 september 2021 besluiten genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod werd uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 september 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij zou worden uitgezet voordat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde zich onbevoegd om het verzoek tot voorlopige voorziening te behandelen en verwees het verzoek door naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die exclusief bevoegd is voor dergelijke verzoeken. De voorzieningenrechter van de Afdeling oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven, waardoor een voorlopige voorziening werd getroffen.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00 die de vreemdeling had gemaakt voor de behandeling van het verzoek, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.