ECLI:NL:RVS:2021:259
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vereniging belanghebbende bij omgevingsvergunning mestbassin ondanks eerdere niet-ontvankelijkheid
Het college van burgemeester en wethouders van Oldambt verleende op 8 augustus 2018 een omgevingsvergunning voor het realiseren en legaliseren van een folie-mestbassin met hekwerk op een perceel te ’t Waar. Vereniging Dorpsbelangen Nieuw-Scheemda en ’t Waar maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het besluit onzorgvuldig was genomen en niet op juiste gronden berustte. De rechtbank verklaarde het beroep van de Vereniging niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende zou zijn. De Vereniging stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de Vereniging wel belanghebbende is, gelet op haar statutaire doelstelling gericht op het bevorderen van leefbaarheid in de dorpen Nieuw-Scheemda en ’t Waar en haar feitelijke werkzaamheden, waaronder overleg met de gemeente over leefbaarheidskwesties. De rechtbank had ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep is gegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.
Verder oordeelt de Afdeling dat de afzonderlijke behandeling van de verschillende activiteiten (kap bomen, sloop, mestbassin) rechtmatig is. Een beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan dat geen vergunning zou worden verleend. De raad heeft de verklaring van geen bedenkingen op juiste gronden verleend. De omgevingsvergunning voldoet grotendeels aan de Provinciale Omgevingsverordening, maar het college heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het mestbassin niet op het bouwperceel Hoofdweg West 6 kan worden geplaatst vanwege milieuhygiënische belemmeringen.
Ook is onvoldoende onderbouwd dat het hekwerk landschappelijk inpasbaar is, met name omdat de kleurstelling niet is geborgd. De Afdeling draagt het college op binnen zestien weken het gebrek in het besluit te herstellen door een deugdelijke motivering of een nieuw besluit te nemen. Over proceskosten en griffierecht wordt in de einduitspraak beslist.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en draagt het college op het besluit binnen zestien weken deugdelijk te motiveren of te herzien.