Uitspraak
201102308/1/H3 en 201102308/2/H3, waarnaar de staatssecretaris heeft verwezen.
Raad van State
Bij besluit van 8 juli 2010 verleende de minister ontheffing aan de Dienst Landelijk Gebied (DLG) voor het verwijderen van een jeneverbes en verstoring van kamsalamanderhabitats in het kader van natuurprojecten in het Dwingelderveld. Andere ontheffingsverzoeken voor diverse beschermde diersoorten werden afgewezen. De Woudreus maakte bezwaar tegen het besluit, dat door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en vernietigde het besluit van niet-ontvankelijkheid.
De Raad van State bevestigt dat de Woudreus als rechtspersoon belanghebbende is, gezien haar statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden gericht op natuurbehoud binnen het betrokken gebied. De staatssecretaris mocht het bezwaar niet niet-ontvankelijk verklaren. Vervolgens heeft de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit gehandhaafd.
De Afdeling toetst de inhoudelijke gronden en oordeelt dat de ontheffing voor jeneverbes en kamsalamander redelijk is verleend, mede door compenserende maatregelen en het belang van Natura 2000. Voor de zwarte specht en vleermuizen is echter onterecht geen ontheffing verleend, omdat de werkzaamheden hun beschermde rust- en verblijfplaatsen verstoren. De mitigerende maatregelen voorkomen deze overtreding niet. Daarom beveelt de Afdeling de staatssecretaris binnen zes weken het besluit te herstellen door de ontheffingen voor deze soorten opnieuw te beoordelen volgens de Flora- en faunawet.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt opgedragen binnen zes weken het besluit te herstellen door de ontheffingen voor zwarte specht en vleermuizen opnieuw te beoordelen.