ECLI:NL:RVS:2021:2601
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.W.M. Bijloos
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel Eritrese vreemdeling
De vreemdeling, afkomstig uit Eritrea, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 21 januari 2021 werd afgewezen. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep betoogde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat haar uitreis uit Eritrea legaal was. Zij verwees naar het Algemeen ambtsbericht over Eritrea en het EASO-rapport waarin werd gesteld dat hoewel grensposten feitelijk open waren, de formele uitreisvereisten nog golden. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd hoe deze passages zich tot elkaar verhouden en dat de enkele omstandigheid van feitelijke open grensposten niet betekent dat elke uitreis legaal was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 1.122,00. Hiermee werd het eerdere oordeel van de rechtbank bevestigd dat het besluit van de staatssecretaris onvoldoende was gemotiveerd en dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.