ECLI:NL:RVS:2021:2616
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 december 2020 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 oktober 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 24 november 2021 de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij is bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 748,00, die betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan in het openbaar en de voorzieningenrechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen, hetgeen door de griffier is gedaan. Deze voorlopige voorziening waarborgt dat de vreemdeling tijdens de procedure niet wordt uitgezet en recht heeft op opvang en verstrekkingen.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.