ECLI:NL:RVS:2021:2625
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadevergoeding woning door bodembeweging gaswinning Groningen
Appellant is eigenaar van een woning boven het Groningenveld waar door gaswinning bodembeweging en aardbevingen optreden. Hij meldde schade aan zijn woning, waaronder scheuren in de vloer, en kreeg een schadevergoeding toegekend door de minister van Economische Zaken. De Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen en later het Instituut behandelden de schadevergoeding.
Appellant betwistte de hoogte van de vergoeding voor herstel van de vloer en de toekenning van verhuiskosten. De rechtbank verhoogde de schadevergoeding en kende een forfaitaire verhuiskostenvergoeding toe. Zowel appellant als het Instituut gingen in hoger beroep tegen delen van deze uitspraak.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelt dat het Instituut terecht uitgaat van een uniform calculatiemodel voor herstelkosten en dat appellant onvoldoende heeft onderbouwd dat de hogere offerte noodzakelijk is. De rechtbank heeft ten onrechte forfaitair verhuiskosten toegekend, omdat vergoeding afhankelijk is van daadwerkelijk gemaakte kosten. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van het Instituut gegrond, en het bestreden deel van de uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van het Instituut gegrond, waarbij de forfaitaire verhuiskostenvergoeding wordt vernietigd.