ECLI:NL:RVS:2021:2657
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 juni 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 oktober 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling opvang en verstrekkingen moet ontvangen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt, ter hoogte van € 748,00, voor rechtsbijstand verleend door een derde.
De uitspraak werd gedaan op 24 november 2021 door voorzieningenrechter C.M. Wissels in aanwezigheid van griffier M. van Wezep. Hiermee is de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de procedure versterkt en wordt onvoorziene uitzetting voorkomen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.