ECLI:NL:RVS:2021:2658
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag en overdracht vreemdeling
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 1 oktober 2021 niet in behandeling is genomen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 november 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 24 november 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen zolang het hoger beroep loopt, en dat zij opvang en verstrekkingen moet ontvangen. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van proceskosten van €748,00, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht, waarbij rekening is gehouden met eerdere jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier M.E. van Laar.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.