ECLI:NL:RVS:2021:2669
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een document waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, welke door de staatssecretaris op 7 juli 2019 werd afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep ongegrond verklaarde, stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de vreemdeling niet hoefde te horen over zijn bezwaar, mede gelet op de overgelegde beschikking van de familierechter over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling. Hierdoor kon niet worden uitgesloten dat het bezwaar tot een ander oordeel zou kunnen leiden.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 20 december 2019, en bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw op het bezwaar moet beslissen nadat de vreemdeling is gehoord. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming waarbij de vreemdeling wordt gehoord.