Uitspraak
Datum uitspraak: 1 december 2021
Raad van State
De burgemeester van Heusden verleende op 29 maart 2018 een exploitatievergunning aan Dorpscafé De Steeg B.V. voor een horecabedrijf in een rustige woonwijk. Na bezwaar van een omwonende werd de vergunning op 5 november 2019 gewijzigd, waarbij onder meer beperkingen werden gesteld aan het aantal besloten feesten en bezoekers. De omwonende stelde dat de vergunning onrechtmatig was omdat de burgemeester onvoldoende rekening had gehouden met parkeerhinder, geluidsoverlast en het feitelijke karakter van de wijk.
De rechtbank verklaarde het beroep van de omwonende ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de burgemeester onvoldoende een zelfstandig oordeel had gevormd over de ontoelaatbare nadelige invloed op de woon- en leefsituatie. De vergelijking met de eerdere exploitatie van Partycentrum De Hut was niet op de feitelijke bedrijfsvoering gebaseerd, en het karakter van de rustige woonwijk was onvoldoende betrokken bij de belangenafweging.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 5 november 2019 en de uitspraak van de rechtbank. De burgemeester moet een nieuw besluit nemen waarbij zij rekening houdt met de feitelijke bedrijfsvoering van De Hut en een zelfstandige belangenafweging maakt over de nadelige invloed op het woon- en leefklimaat, met inachtneming van het karakter van de straat en wijk. Tevens is bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van de burgemeester wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe belangenafweging met inachtneming van het karakter van de woonwijk.