ECLI:NL:RVS:2021:2701
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.G. Sevenster
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens hoorrecht schending
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 mei 2019 de aanvraag van de vreemdeling af om de geldigheidsduur van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlengen. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 2 januari 2020 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit bij uitspraak van 18 november 2020. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had ingegaan op het beroepsgrond dat de vreemdeling niet was gehoord in bezwaar, in strijd met artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De staatssecretaris had een nieuwe afwijzingsgrond aangevoerd zonder de vreemdeling te horen, terwijl er voldoende aanleiding was om twijfel te laten bestaan over de juistheid van de gegevens waarop de afwijzing was gebaseerd.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 2 januari 2020 vernietigd. De staatssecretaris moet opnieuw op het bezwaar beslissen en de vreemdeling horen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de staatssecretaris moet opnieuw beslissen na het horen van de vreemdeling.