ECLI:NL:RVS:2021:2719
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel en niet tijdig besluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 februari 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 mei 2021 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd het beroep van de vreemdeling tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit niet-ontvankelijk verklaard, omdat de staatssecretaris op 15 november 2021 alsnog een besluit nam en de vreemdeling daardoor geen belang meer had bij het beroep.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan de vreemdeling. Het besluit van 15 november 2021, waarin de aanvraag alsnog werd ingewilligd, leidde ertoe dat tegen dat besluit geen beroep van rechtswege is ontstaan. De Afdeling stelde de proceskostenvergoeding vast op €1.122,00, toe te rekenen aan de door de vreemdeling ingeschakelde rechtsbijstand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.