ECLI:NL:RVS:2021:2724
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielweigering
De vreemdeling had bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 16 mei 2021 werd afgewezen. Hiertegen stelde zij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 november 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht zij om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 2 december 2021 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ad € 748,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand die door een derde beroepsmatig is verleend.
Deze beslissing is genomen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. De voorzieningenrechter baseerde zich op eerdere jurisprudentie van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:457). Het vonnis werd uitgesproken in het openbaar door voorzieningenrechter H.G. Sevenster, in aanwezigheid van griffier M. van Wezep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.